Waaruit bestaat een taal?

Fragment

Een taal bestaat uit een aantal elementen, die we apart benoemen, maar die allemaal met elkaar in verband staan. Het kleinste element is de  klank,: vervolgens hebben we lettergreep, woorddeel, woord, en zin. Daartussenin zitt ook nog de constructie: een groepje woorden dat in vaste vorm voorkomt. Onze taal stikt ervan. Al die elementen herken je als je ze ziet, maar ze precies benoemen is lastig. Wat is een woord? De letters tussen twee spaties? Dat werkt al niet voor gesproken taal. En moet een zin een werkwoord en een onderwerp hebben? Of is het genoeg om van een verzameling woorden te spreken?

Naast al die elementen bestaat een taal ook uit een systeem van regels: de grammatica. Regels voor welke klanken elkaar mogen opvolgen. Regels voor woordvorming, voor zinsvorming. Sommige regels worden door alle sprekers nageleefd, (er is bijvoorbeeld geen spreker van het Nederlands die het lidwoord achter het zelfstandig naamwoord zet). Andere regels worden niet door iedereen opgevolgd: ze zijn gebonden aan een bepaalde groep mensen.

Boven de grammatica staan vervolgens nog de regels voor succesvolle communicatie. Sommige van die regels zijn taalspecifiek: een zo'n regel voor het Nederlands bepaalt wanneer je een brief begint met “Beste” of “Geachte”. Er zijn ook algemene regels voor menselijke communicatie: hou het kort, maak het relevant, spreek de waarheid, en wees helder. Het zijn regels die oprekbaar zijn, maar die breed uitgedragen worden. Alles om communicatie te laten slagen. Dat is tenslotte (meestal) het doel.

Dit is een fragment uit Het eb en vloed van taal, geschreven door Marten van der Meulen. Wil je Het eb en vloed van taal bestellen? Dat kan kan vanaf oktober in de webwinkel van partner Onze Taal.